door Emily Hoffman

Beste Emily,

Ik vond je artikel ‘Een verkeerd beeld bijstellen’ op je blog erg nuttig. Ik vind ook dat excuses soms meer kwaad dan goed doen. Het is belangrijk te beoordelen of excuses nodig of nuttig zijn. Ik vond wel dat je artikel vooral vanuit het gezichtspunt van degene met het verkeerde beeld was geschreven. Ik ben benieuwd welk advies je hebt voor iemand die vindt dat hij het slachtoffer is van valse beeldvorming. Een van mijn medewerkers wordt door zijn collega’s bestempeld als lui, ongeïnteresseerd en onbetrouwbaar. Hij wil zijn imago onder collega’s en leidinggevenden graag bijstellen. Welk advies heb je voor zo iemand?

Met vriendelijke groet,

Sandra

Beste Sandra,

De strijd tegen valse beeldvorming kan heel frustrerend zijn. We voelen ons vaak een slachtoffer: ‘Anderen hebben een verkeerd beeld van mij, ook al werk ik nog zo hard en bereik ik nog zo veel.’ We dichten onze collega’s een schurkenrol toe: ‘Waarom weigeren ze in te zien wie ik ben?’ En dan voelen we ons hulpeloos: ‘Dit is heel oneerlijk en ik kan er niets aan doen.’

Hoewel je vraag over persoonlijk imago gaat, wil ik deze graag beantwoorden vanuit het idee van ‘Mijn verhalen beheersen’ zoals we dat in de Crucial Conversations-training gebruiken. Ik richt mijn opmerkingen rechtstreeks tot jouw medewerker, degene die zijn imago wil verbeteren.

Het verhaal van het slachtoffer

Doe ik nu alsof ik niet weet wat mijn aandeel is?

Wanneer we onszelf een slachtofferverhaal vertellen (‘Arme ik! Ik ben de beste, meest productieve medewerker hier terwijl anderen mij lui en onbetrouwbaar vinden’), moeten we ons eigen verhaal in twijfel trekken door te vragen: ‘Doe ik nu alsof ik niet weet wat mijn aandeel in het probleem is?’ Ik heb een aantal ideeën over wat dit voor jouw imago betekent.

1. Valse beeldvorming bestaat niet

Jij hebt een beeld van mijn gedrag en ik heb een beeld van mijn gedrag; dat is alles. Dat jouw beeld verschilt van mijn beeld, betekent nog niet dat het vals is. Wanneer ik jouw beeld als ‘vals’ bestempel, doe ik dat om mezelf vrij te pleiten. Dan kan ik zeggen: ‘Ik heb gelijk en jij hebt ongelijk.’ Ik hoef dan niet meer naar mijn eigen gedrag te kijken, omdat mijn beeld klopt en dat van jou niet. Als ik echter jouw beeld als valide en reëel aanvaard, kan ik mijn manier van denken in twijfel trekken en mezelf openstellen voor enige zelfreflectie. Dan kan ik helder zien wat ik wel of niet heb gedaan dat aan jouw beeldvorming kan hebben bijgedragen.

2. Aanvaard het uitgangspunt

Jij kunt niet voor anderen bepalen welk beeld ze van jou moeten hebben. Jij vertoont bepaalt gedrag en anderen vormen zich daar een beeld van. Hun beeld van jou bepaalt jouw imago. Soms verwarren we imago met persoonlijkheid, persoonlijke waarden of een persoonlijke missie. Het is gemakkelijk om te zeggen: ‘Dat is niet mijn imago. Ik ben gedisciplineerd, doelgericht en gedreven.’ Misschien klopt het wel dat je een gedisciplineerde, doelgerichte en gedreven persoon bent. Dat heeft ook invloed op je imago, maar het is niet hetzelfde. Jouw imago is het beeld dat anderen van je hebben, niet het beeld dat je van jezelf hebt. Je hebt wel invloed op je imago, maar je hebt er geen controle over. Je kunt de beeldvorming van een ander wel beïnvloeden, maar nooit beheersen.

Het verhaal van de schurk

Waarom zou een redelijk, rationeel en fatsoenlijk mens dit doen?

Wanneer we onszelf het verhaal vertellen dat iemand een oneerlijk oordeel over ons velt, laten we hem de schurkenrol spelen. ‘Hij heeft het mis. Hoe is het mogelijk dat hij niet ziet hoe ik echt ben?’ Het tegengif voor een schurkenverhaal is dat je jezelf afvraagt: Waarom zou een redelijk, rationeel en fatsoenlijk mens dit doen?

3. Onderzoek je imago

Als je wilt weten waarom iemand jou lui en onbetrouwbaar vindt, kun je dat het eenvoudigste onderzoeken door het te vragen. Maar voordat je op de ander afstormt om dat gesprek aan te gaan, moet je je realiseren dat feedback vragen over jouw imago niet hetzelfde is als een Crucial Conversation voeren. Er staat veel op het spel en de emoties kunnen hoog oplopen, dat klopt. En inderdaad, de meningen lopen uiteen. Waarom beschouw ik dit dan niet als een Crucial Conversation? Het doel van een Crucial Conversation is dat we de pool van gezamenlijke inzichten vullen, met jouw en mijn standpunten. In dit specifieke geval is het doel echter beperkt tot het vullen van de pool met de inzichten van de ander. Beschouw het als een focusgroep, niet als een gesprek.

Bekijk het als volgt. Als ik op de afdeling marketing werk en ik wil weten welk imago mijn bedrijf in de markt heeft, nodig ik een groep mensen uit en stel ik vragen over hun visie op mijn bedrijf. Als ze een reactie geven, vraag ik door om het beter te begrijpen. Maar ik zeg niet: ‘Interessant, maar zo zijn we helemaal niet. Ons bedrijf is heel anders, en ik zal je vertellen waarom.’

Als je mensen naar je imago vraagt, verzamel je informatie om je imago beter te begrijpen. Het doel is niet anderen ervan te overtuigen dat ze jou anders moeten beoordelen.

Het verhaal van de hulpeloze

Wat zou ik nu moeten doen om te bereiken wat ik werkelijk wil?

Wanneer we aanvaarden dat we niet kunnen beheersen hoe de ander ons beschouwt, is de verleiding groot om een hulpelozenverhaal over onszelf te vertellen. ‘Dat is nu eenmaal hun beeld van mij, daar kan ik niets aan doen.’ We vergeten dan echter dat er een verschil is tussen beheersen en beïnvloeden. Je kunt hun beeld van jou niet beheersen, maar je kunt het wel beïnvloeden. Daar weten marketingdeskundigen alles van. Je bent klaar om invloed uit te oefenen wanneer je deze vraag stelt: ‘Wat zou ik nu moeten doen om te bereiken wat ik werkelijk wil?’

4. Bouw een positief imago, in plaats van een negatief imago

Ga niet de strijd aan met je negatieve imago door te proberen mensen ervan te overtuigen dat je niet lui, ongeïnteresseerd en onbetrouwbaar bent. ‘Niet lui’ is geen krachtig imago. In plaats van het negatieve imago te wissen, kun je beter je aandacht richten op een omschrijving van het positieve imago dat je wilt vestigen: ‘Ik ben een harde werker die uitstekende resultaten behaalt. Ik ben iemand die veel om anderen geeft.’

Wanneer je dat positieve imago hebt beschreven, bedenk dan welk gedrag of welke handelingen je kunt inzetten om dat beeld bij anderen tot leven te wekken. Wat ziet iemand waaruit hij kan concluderen dat jij een harde werker bent die dingen gedaan krijgt? Wat ziet hij waaruit hij kan afleiden dat jij sociaal bent en veel om anderen geeft?

Misschien zijn dat nieuwe gedragingen voor jou. De sleutel is dat dit gedrag zichtbaar moet zijn voor anderen, als je wilt dat het beeld dat anderen van je hebben hierdoor wordt beïnvloed.

Met deze nieuwe gedragingen op je repertoire, kun je een plan opstellen om dit nieuwe gedrag ook daadwerkelijk te vertonen.

5. Sluit de cirkel

Dit is een invloedrijke stap als je aan je imago wilt werken. Je hebt om feedback over je imago gevraagd, je hebt het aanvaard en je neemt naar aanleiding daarvan maatregelen. Nu is het tijd om terug te keren en de cirkel te sluiten. Keer terug naar degene die jou feedback gaf en zeg: ‘Dit heb ik gedaan op basis van de informatie die ik van je kreeg. Heb je verschil gezien?’

Dit is om twee redenen nuttig. Om te beginnen bevestigt en versterkt het je relatie, omdat je oprecht respect voor de ander toont. Je hebt geluisterd naar wat de ander zei en je hebt er iets mee gedaan.

Ten tweede, als de ander geen verandering heeft gezien (je imago is feitelijk niet veranderd), kan dit een aanleiding voor hem zijn om erover na te denken. Misschien zegt de ander: ‘Het was me niet opgevallen, maar nu je het zegt…’ Of als hij toch geen verandering heeft gezien en zijn beeld van jou niet is bijgesteld, geeft dat jou nuttige informatie. Je kunt overwegen of het gedrag dat je hebt veranderd jou wel het gewenste resultaat geeft.

Ik hoop dat je hier iets aan hebt. Vergeet niet: je imago gaat over jou, niet over de ander. Je kunt je imago beïnvloeden wanneer je kunt ophouden slachtofferverhalen, schurkenverhalen en hulpelozenverhalen te vertellen.

Veel succes,

Emily